Een vallei in Afghanistan, militairen met zware bewapening lopen behoedzaam door een ruig en indrukwekkend landschap. Het soort beeld waar we bijna dagelijks in de media mee geconfronteerd worden en wat voor ons gewoon is geworden. Maar ook een beeld dat beklemt en bewust of onderbewust ergens blijft knagen.

Een strand in Spanje, duizenden toeristen liggen zover je kan kijken in de zon of zwemmen in zee. Daarachter, de troosteloze skyline van jaren ‘80 hotels en appartementencomplexen. Deze foto’s van mensen in een natuurlijke omgeving maken onderdeel uit van onze hedendaagse beeldbank. Ze doen ook meer, ze illustreren hoe wij ons als mens verhouden tot de natuur.

Het veranderen van het beeld
In haar werk creëert Celine van den Boorn nieuwe versies van gefotografeerde landschappen door de hierin voorkomende mensen, in de rol van toerist, recreant of militair, weg te schilderen. Hierdoor verschuift in het beeld de focus van de mens naar het landschap. Het decor wordt weer onderwerp. Wat op het eerste gezicht door onze geconditioneerde blik een onaangeroerde woestijn lijkt of een lieflijk strand, blijkt bij nadere beschouwing een valse indruk te zijn. De ingreep is nog altijd zichtbaar; matte geschilderde silhouetten op een glanzende foto, een losse schoen of arm in een verder desolaat landschap.

Het terugdringen van de aanwezigheid van de mens in het landschap levert nieuwe beelden op die een idealere wereld suggereren. Maar dat er iets wringt, dat iets niet klopt in het beeld, veroorzaakt spanning tussen de schijnbaar ongerepte natuur en de nog zichtbare sporen van menselijke aanwezigheid.

Celine van den Boorn (1978) woont en werkt in Amsterdam. Na haar opleiding aan Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht te hebben voltooid heeft zij zich zowel in haar beeldend werk als vanuit de wetenschap verder verdiept in de thematiek van haar werk: de verhouding tussen mens en natuur. Naast haar beeldend werk doceert Celine aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.

‘Ogenschijnlijke natuurlandschappen betreffen overgeschilderde oorlogstaferelen. Fascinerende figuratie, ‘in real live’ fotoshop met fijnpenseel. Doordat de verf mat op de foto ligt en nu en dan een detail is vrijgelaten, wordt het oorspronkelijke beeld imaginair oproepbaar. Ambachtelijk, esthetisch, prikkelend en aangenaam stillevend’. Jeroen Bosch, Trendbeheer

‘In de 16de- tot en met de 19de eeuw had je gespecialiseerde schilders die landschappen van collega’s voorzagen van figuren en ander ‘rekwisieten’. Louter omdat sommige landschapsspecialisten dit minder goed in de vingers hadden. Rubens stoffeerde de landschappen voor zijn vriend Jan Brueghel de Oude. Net als de vriendschap vormde die samenwerking ook een fraaie match. Het ging om het eindproduct dat - zeker vanaf de 17de eeuw - moest concurreren met dat van anderen op een snel groeiende vrije markt. In dit werk doet Celine van den Boorn het tegenovergestelde. Ze de-stoffeert deze woestijnscène door de militairen en tank er uit te wissen. Het met sporen van rupsbanden doorploegde Schuldig Landschap, lijkt te zijn geneutraliseerd. Lijkt, want door zo te doen vestigt ze juist onze aandacht op wat is uitgewist. En daar blijft het niet bij, want Van den Boorn haalt net niet alles weg en voegt bovendien elementen toe zoals de licht-reflectie in het middenplan, waardoor zij ons extra laat focussen op dit letterlijk saillant, want in het oog springend detail. Dat wat niet wil behagen, wat zich niet makkelijk geeft, intrigeert des te meer. Celine van den Boorn past deze psychologische strategie uiterst geraffineerd toe.’ Aart van der Kuijl, kunsthistoricus

‘Strakblauwe luchten en verleidelijk weidse stranden, perfect glanzend geprint. Maar hé is dat een silhouet van een soldaat, en nog een? Heel subtiel ontvouwt zich een andere wereld in de foto’s; originele persfoto’s van oorlogsgebieden en overbevolkte stranden zijn liefdevol met een laagje verf toegedekt zodat het beeld beter te verteren is. Het ideale (vakantie)landschap is wat het meest in het oog springt maar de grimmigheid die nog heel zacht door het beeld schemert maakt je juist zeer bewust van ‘de toestand in de wereld’. Mirjam Geelink, curator Rijnstate

‘Roger Fenton (1819 – 1869) fotografeerde in 1855 een zacht glooiend landschap met rondslingerende kanonskogels. Zo kort na de uitvinding van de fotografie had de Britse regering hem naar de Krim gestuurd om een heroïsch beeld te leveren van een desastreus verlopende oorlog. Hij moest dus liegen met een medium dat de waarheid vastlegt. Naast veel geposeer (korte belichtingstijden waren er nog niet) is uiteindelijk de foto met de kanonskogels de meest memorabele geworden. Je verwacht er lijken bij te zien, rondfladderende kraaien, zieltogende soldaten, maar nee, het landschap zwijgt. En dat maakt het tot een geestenlandschap. Waar Fenton begon, eindigt Céline van den Boorn (1978): wie goed kijkt ziet dat deze foto geen verlaten rotslandschap weergeeft. Er is een arm van een soldaat te zien, zelfs meer. Of toch niet? Wie het werk in het echt ziet, ziet meer. Maar zie je nu echt meer? Oorlogsfotografie bereikte hoogtepunten in de Tweede Wereldoorlog en in de Vietnamoorlog. Maar we zijn eraan gewend geraakt. En de heroïsche strijders verdwijnen bij Van den Boorn weer terug in het landschap. Dat maakt het landschap weer net zo sinister als bij Fenton. De fotografische cirkel is rond.’ Bertus Pieters, Villa La Republica